Brief aan Kees en Klaas, tweeling uit "Perenbomen bloeien wit" van Gerbrand Bakker
Amsterdam, 6 maart
2018
Lieve Kees en Klaas,
Ik wil jullie een hart onder de riem steken. Ik heb gelezen
over het ongeluk, over jullie broertje en over jullie moeder die in Italië
woont. Kees, gaat het inmiddels een beetje beter met je arm? Ik las dat je je
arm brak tijdens het ongeluk? En Klaas, heb jij er ook iets van gevoeld, van de
gebroken arm van Kees? Ik ben ook de helft van een eeneiige tweeling. Mijn zus
brak een keer haar arm. Jullie raden het nooit (of misschien ook wel), ik brak
mijn arm een paar weken later op dezelfde plek. Dat had de dokter nou nog nooit
meegemaakt, vertelde hij. Onze moeder heeft het er nog over. Inmiddels zijn we
34, en toen het gebeurde waren we 4. En nog een grappige anekdote, toen mijn
zus zwanger was, leek het net of ik zwanger was. Overal plekken in mijn
gezicht, de maandelijkse periode bleef maar uit, en ik voelde me heel slecht.
En ineens wist ik het! Ik ben niet zwanger, Luus (mijn zus) is het! Voor haar was het
verrassingsmoment toen wel weg.
Hoe is dat nou voor jullie, om een tweeling te zijn? Of
worden jullie ook een beetje gek van die vraag? Ik vond dat heel lang echt een
domme vraag. Ik vraag eenlingen toch ook niet hoe het is om een eenling te
zijn? Maar, inmiddels begrijp ik wel iets beter dat het bijzonder is. Ik lijk
sprekend op iemand, we vertonen dezelfde trekjes, en als ik per ongeluk in een
spiegel kijk, denk ik soms dat het mijn zus is. En vroeger, toen we thuis een
voicemail hadden van het gezin, wilden we die allebei inspreken. Ik had
uiteindelijk de strijd gewonnen, en mocht de voicemail inspreken. Toen ik een
keer naar huis belde, hoorde ik die voicemail. En woest (zoals je dat kunt zijn
als je 12 bent) was ik, omdat mijn zus de voicemail had ingesproken. Dacht ik.
Het was namelijk mijn eigen stem. Ik gun mijn zus de wereld, ik hoop dat het
met haar nog veel beter gaat dan met mij. Wat mij soms een beetje steekt, is
dat we altijd met elkaar vergeleken worden. Dat was op school zo, tijdens onze
studietijd en nu is het soms nog steeds zo. Ik begrijp dat het gemakkelijk is
voor buitenstaanders om te doen, toch is mijn oproep aan de wereld: zie een
deel van een meerling ook als individu, niet alleen als onderdeel van. Daar
hebben wij, tweelingen, ook behoefte aan. Ervaren jullie het ook zo? Of is het
wel fijn om je achter je broer te verschuilen? Ik wil jullie graag als tip
meegeven: blijf naast die helft van een tweeling, ook jezelf. Want hoewel
jullie genetisch gezien identiek zijn, is het niet altijd ‘jullie’, maar soms
ook ‘jij’.
Toen ik las over de dood van Gerson, was ik wel even van
slag. Het is ook niet niks, als je leven voorgoed op ‘zwart’ gaat. Jullie waren
echt zo lief voor hem. Onvoorstelbaar, dat zo’n stom spelletje een voorbode
bleek voor de rest van zijn leven. Blind zijn, ik kan me ook niet voorstellen
hoe vreselijk onhandig dat is. Maar dat het zo heftig was voor Gerson, dat had
ik niet verwacht. Hij zag het echt somber in (of is dat een beetje flauw om te
zeggen?). Terwijl hij ook nog veel had om wel voor te leven. Hij heeft een
lieve papa, twee lieve broers en een te gekke hond. En hij was zo knap. Ik denk
dat hij de mannen voor het oprapen zou hebben gehad. Ja, want dat was me nou
niet zo heel duidelijk. Was hij nou verliefd geworden op Harald, de verpleger?
Ik zag wel een toekomst voor ze! Ik wilde ook nog zeggen, ik heb ook een broer.
Die is niet blind, maar valt wel op mannen. Dat heeft niet heel veel met elkaar
te maken natuurlijk, dat snap ik. Maar waar ik wel een verband zie, is in het
zijn van de broer van een eeneiige tweeling en de worsteling die je hebt als
homoseksueel. Het zijn van die broer van, is soms al irritant genoeg. Hij had
altijd een front tegenover zich. Als hij mijn zus pestte, dan werd ik boos. Als hij mij aan
het huilen kreeg, en ik was nogal een huilebalk, huilde mijn zus vrolijk mee. (Ik
moet er ineens aan denken, als mijn zus in de klas op haar kop kreeg, moest ik
altijd huilen. Dat terzijde.) Hij worstelde ook nog met zijn geaardheid. Dat
denk ik althans, dat hij daarmee worstelde. Maar, van Lidwien (kennen jullie de
schrijfster Lidwien?) heb ik gehoord dat het daarover gaat in het leven, over
de worsteling. In elk geval, ik dwaal weer af, we hebben het er eigenlijk nooit
over. Dat vind ik wel eens jammer. Mijn band met mijn zus is zo sterk, dat er
bijna niets meer bij kan, qua broers en zussen. Dat vind ik eigenlijk wel rot.
Misschien moeten we daar eens over gaan praten samen, want wij hebben elkaar
ten minste nog. Dat zei mijn moeder afgelopen Kerst nog. Toen laaiden de
familie-emoties nogal hoog op, en werd ik heel boos op Rense, mijn broer. Mijn papa
is een tijdje terug overleden, er ligt tegenwoordig nogal wat druk op die
familieaangelegenheden. Ik trek dat allemaal heel slecht. Zo beladen allemaal.
Hebben jullie dat nu ook gemerkt, nu jullie nog met zijn drietjes zijn? En mijn
moeder kan dan eigenlijk alleen maar zeggen: “Hè jongens, toe nou toch. Jullie
hebben elkaar nog.” Zij weet er overigens ook meer van dan ik, haar zusje
overleed toen mijn moeder 21 was. Zo zien jullie maar, elk huisje heeft zijn
kruisje.
Over moeders gesproken, hebben jullie inmiddels iets gehoord
van jullie mama uit Italië? Het leek erop, alsof ze wat toenadering zocht? Of
las ik dat niet goed? Ik hoop dat ze bij jullie is, het lijkt me voor haar ook
niet gemakkelijk, dat haar gezin zo’n vreselijk ongeluk krijgt, en dat ze daar
niet bij kan zijn om jullie te troosten. En dan knijpt haar jongste zoon er ook
nog tussenuit! Wat een verdriet.
Lieve jongens, het ga jullie goed. Ik denk af en toe aan
jullie, ik hoop dat het helpt. Ik las laatst, dat dat het minste is wat we
kunnen doen, af en toe was positieve gedachtes de wereld in sturen. Die van mij
zijn voor jullie.
En geven jullie Daan een extra knuffel? Wees maar lief voor
hem, hij heeft het moeilijk, zo zonder Gerson.
Veel liefs, Martine
Verantwoording
Het leek mij bijzonder om een brief te schrijven aan een hoofdpersoon van een boek. In dit geval had ik er gelijk twee te pakken. Dat had ik nog nooit gedaan. Ik had het boek net gelezen toen ik de brief schreef. Daardoor wist ik natuurlijk nog goed wat er was gebeurd in de levens van Kees en Klaas. Door de brief te schrijven, werd mijn verhouding tot het boek anders. Alsof ik onderdeel was geworden van hun levens. En door in mijn brief persoonlijk te worden, leerde ik Kees en Klaas nog beter kennen. Omdat hun verhaal ook een beetje mijn verhaal werd. Ik vind het een heel leuke opdracht voor mijn leerlingen en ik kan niet wachten dat leerlingen brieven aan hoofdpersonen gaan schrijven. Ik denk dat ze er veel in kwijt kunnen, en ze mogen natuurlijk kiezen aan wie ze de brief sturen.

Hoi Martine,
BeantwoordenVerwijderenWauw, wat een mooie brief. Dank je wel! Het is allemaal wel heel veel voor ons de laatste tijd...
Bijzonder om te lezen dat jij ook van die heftige tweelingdingen meemaakt. Dat is wel iets waar wij steeds mee worstelden. Wij kunnen er ook niks aan doen dat we een tweeling zijn, daar moest Gerson altijd maar mee dealen. Hoe zeer we ons best ook deden om niet te tweelingtachtig te zijn, Gerson had er altijd last van. Nu niet meer. Zucht...
Nou ja, we zijn Noord-Hollandse jongens, we moeten gewoon verder en dat doen we ook.
Dank je voor je brief, ik zal 'm gauw aan Kees laten lezen.
Groetjes,
Klaas.
Wat een onwijs toffe brief zeg!
BeantwoordenVerwijderenBijzonder om te lezen.
Dank voor het delen, Steven!
Een lieve groet,
Rogier van Erkel
Op 31 mrt. 2018 om 11:01 heeft Steven Stavast het volgende geschreven:
Hey Peertjes van me,
Een studiegenoot zei laatst tegen mij: “Ik heb toch zo’n mooi boek gelezen, ik denk dat jij dat ook wel mooi zou vinden! Perenbomen bloeien wit”.
Ik zweeg en liet haar de trailer zien :-)
Maar goed, in het kader van een ‘stimulerende fictieopdracht’ heeft zij een brief aan een hoofdpersoon geschreven. In dit geval Kees en Klaas. Die wilde ik jullie toch niet onthouden. Bij dezen dus.
Ik hoop dat het goed met jullie gaat.
Liefs,
Steven.